Economie

1ste graad – Sociaal Economische Initiatie (SEI)

In het 2de jaar maak je in de richting Moderne Wetenschappen kennis met het vak SEI (Sociaal Economische Initiatie). Je ontdekt er dat je elke dag met economie te maken hebt en leert het antwoord op tal van hedendaagse economische vragen zoals:

  • Hoeveel zakgeld krijgt een doorsnee tiener en wat doet hij ermee ?
  • Hoe betaal je?
  • Hoe leven mensen samen ?
  • Hoe wordt onze gemeente, ons land bestuurd ?

In het vak SEI wordt er via twee boeiende projecten samengewerkt met het vak Wetenschappelijk Werk:

  1. Actie en Attractie gaat over pretparken. Je leert over vervoer, kostprijs en gedrag. Via de attracties maak je dan kennis met grootheden en eenheden en het correct uitvoeren van metingen.
  2. Fruitsap: in dit project gaan we op zoek naar de oorsprong van fruitsap, bekijken de verschillende merken, gaan na wat de invloed van reclame is en als klap op de vuurpijl volgt nog een (blinde) proefsessie.

2de graad – Economische onderwerpen aanraken

Geen SEI gehad in de eerste graad? Geen probleem! Je hoeft namelijk helemaal geen voorkennis te hebben om in het derde jaar in de richting Economie te kunnen starten.
Wat je wel moet weten is of je talen verkiest of liever wiskunde doet. In het eerste jaar van de 2de graad moet je nl. kiezen tussen Economie A en Economie B. In Economie A ligt het accent op de talen en iets minder op wiskunde, terwijl het in Economie B net omgekeerd is. Je krijgt dan hetzelfde wiskundepakket als bv. de richting Wetenschappen en dan komen de talen iets minder aan bod.

In het 1ste jaar van de 2de graad ontdekken we dat economie méér is dan alleen winst maken.

In het eerste thema onderzoeken we wat ondernemen nu eigenlijk is. We gaan op zoek naar de betekenis van economische begrippen zoals productie, toegevoegde waarde, binnenlands product… Ook motieven om te ondernemen, milieuvervuiling, uitbuiting van werknemers, slechte werkomstandigheden, kinderarbeid, zwartwerk… komen aan bod.

In het tweede thema bekijken we de mensen die werken in een onderneming. We hebben het over afspraken (arbeidsreglement, cao’s …) en staan stil bij de wijzigingen op de arbeidsmarkt (deeltijdse arbeid, knelpuntberoepen, telewerk…).

In het derde thema nemen we de financiële kant onder de loep. We kijken waar de onderneming haar geld vandaan haalt (aandelen, leningen). We beseffen dat ondernemen ook betekent dat je risico’s moet nemen. Enkel met een juiste planning kan een onderneming succesvol werken. De dagdagelijkse verrichtingen van een bedrijf leren we in de boekhouding te verwerken.

Afwisselende werkvormen komen aan bod:

  • Aan de hand van concrete gegevens uit de krant of op internet (o.a. economische crisis, werkloosheid, faillissementen …) onderzoeken we via een klassengesprek welke de oorzaken en de gevolgen hiervan zijn.
  • We gaan ook zelf op onderzoek, o.a. via een groepswerk en dan nemen we bijvoorbeeld een interview af van een zelfstandige.
  • We voeren zoekopdrachten uit op internet en verwerken de informatie.

In het 2de jaar van de 2de graad werken we op dezelfde manier maar we verlaten de kleine zelfstandige ondernemer en gaan ook even kijken naar multinationals.

In het eerste thema vergelijken we kleine en grote ondernemingen. We bepalen (grafisch en wiskundig) de optimale productiegrootte, analyseren het kostenverloop, berekenen de winst of het verlies. Je merkt het: de eerste maanden van het 4de jaar zijn economie en wiskunde nauw met elkaar verbonden. Daarnaast bestuderen we hoe ondernemingen kunnen groeien.

In thema 2 blijven we niet in België en kijken we over de grenzen heen: eerst naar de Europese Unie en haar geschiedenis en dan verder naar de hele wereld. Het belang van internationale handel komt aan bod en de rol die de overheid daarin speelt.

In het derde thema bundelen we onze economische inzichten en bekijken ze vanuit een ruimer perspectief. We vergelijken de groei en welvaart van België met die van andere (Europese) landen en behandelen ook de keerzijde van de economische groei. Stress op het werk, de impact op het milieu, de kloof tussen arm en rijk… We stellen ons opnieuw de vraag hoe de overheid hier kan optreden.

3de graad – Uitdieping!

Als je kiest voor de richting Economie-Moderne Talen of Economie-Wiskunde in de derde graad heb je waarschijnlijk in de tweede graad het vak economie gevolgd. Maar ook als dit niet het geval is, kan je met wat extra inspanning nog in één van beide economierichtingen terecht.

In de derde graad krijgt de leerstof een meer analytisch karakter. De analyse moet leiden tot meer inzicht in de kracht én de beperkingen van de markteconomie en tevens in het feit waarom bepaalde economieën succesvoller zijn dan andere in het creëren van materiële welvaart en in de verdeling ervan, ook onder de zwakkeren.

Om de geziene leerstof aan de praktijk te toetsen worden een aantal activiteiten georganiseerd die je een bredere kijk geven op alle aspecten van het economisch leven. We gaan op bedrijfsbezoek naar o.a. BelOrta, Audi Brussels. We nodigen een ondernemer uit om met jullie zijn ervaringen te delen. Dit leidt steeds tot een boeiend en verrijkend gesprek. We volgen een workshop rond teambuilding aan de Hogeschool Gent.

In de derde graad kan je ook kiezen voor een seminarie-uur economie.
In het vijfde jaar krijg je met het seminarie Economie in de praktijk een realistische kijk op het leven vanuit economisch oogpunt. Het seminarie Bizzgames laat je zelf beslissingen nemen in je eigen onderneming aan de hand van een simulatie-oefening die georganiseerd wordt via internet.
In het zesde jaar heb je de keuze tussen enerzijds het seminarie Recht op Recht waarin de beginselen van onze democratische rechtsstaat aan bod komen en anderzijds het seminarie Minionderneming waar je je eigen bedrijfje kan runnen.