Oud-leerlingenfeest 2019

Gepost op 3 april 2019 om 06:46 • Uncategorized

‘Haben Sie etwas genommen?’, luidden de legendarische woorden van Mieke Roete toen een niet nader genoemde klasgenoot een jaar of 22 geleden zo stoned als een aap in haar klaslokaal verscheen. De meeste mensen veranderen kennelijk niet, want “Haben Sie etwas genommen?” waren ook nu de eerste woorden die op mijn lippen brandden toen ik de medeleerling in kwestie voor het eerst in twee decennia terugzag. Een normaal gesprek zat er ook na al die jaren nog steeds niet in, maar hey, de meeste mensen veranderen nu eenmaal niet, dus je moet van zo’n reünie ook weer geen wonderen verwachten. Nee, dan viel het weerzien met Mieke Roete me beter mee: 20 jaar later, en nog geen spat aan enthousiasme ingeboet. Onberispelijk Duits spreekt ze ook: altijd mooi meegenomen voor een taalleerkracht, maar zeker geen evidentie. De meeste mensen veranderen niet, maar er zijn er die zelfs nog verjongen met de jaren. Hildegard Van Cauter bijvoorbeeld zag er 20 jaar geleden een jaar of 40 uit. Maar toen ze zaterdagavond even na tienen haar langverwachte entree maakte, was dat met de frisheid van een 35-jarige diva. Kan het verbazen dat de halve school in een handomdraai aan haar lippen hing? Nog een aangenaam weerzien was dat met mathematicus Danny Lievens. Ik piekerde me vergeefs suf over de vraag of en wanneer ik ooit van hem les had gekregen. Een nachtje slaap later meen ik me te herinneren dat hij ons ooit een jaartje informatica onderrichtte. De precieze aanleiding herinner ik me niet meer, maar in het kader van een van die lessen stelde Danny me ooit de retorische vraag: ‘Gaan we straf schrijven?’ Het probleem was dat Hildegard Van Cauter ons op dat moment nog niet had geleerd wat een retorische vraag precies was. Die straf bleef dus ongeschreven. Excuses daarvoor, ik verdiende ongetwijfeld op mijn donder. De enige straf die ik bij mijn weten wel ooit schreef, was dan weer compleet onverdiend: ik was – stel je de schande voor! – tijdens de geschiedenisles vergeten waar het vermaledijde jaar 1585 voor stond. Probeer maar eens een nog zwaarder van de pot gerukte reden voor een straf te verzinnen. Altijd leuk als lessen, en in het bijzonder geschiedenislessen, min of meer vanuit een neutraal perspectief worden gegeven, maar zeker geen evidentie. Omdat eerlijkheid het langst duurt, ten slotte nog een woordje over de catering. Die kan ik nog het best vergelijken met mijn jaren op SJB: echt slécht was het allemaal niet, maar er zat zeker meer in. En de cava was al na één glaasje op. Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden. Nee hoor, grapje: overigens beleefde ik zaterdag een fijne avond.


 

23 maart 2019. In Italië worden de kuiten ingesmeerd voor de 110de editie van ‘La Primavera’, de openingsklassieker van het nieuwe wielerjaar. Oudere Italianen, die de hoogdagen van Coppi en Gimondi nog hebben meegemaakt en in wier kleren nog een snuifje chauvinisme hangt, bezigen liever de term ‘La Classicissima’, kwestie van ons, boerse laaglanders, meteen duidelijk te maken waar de klepel hangt – of beter: hing, want die hoogdagen zijn al lang voorbij.

Eenzelfde gevoel van weemoed overviel me toen ik diezelfde 23 maart mijn oude school betrad. ‘In monte munera’ luidde jarenlang de klassieke leus (jep, hier heb je het bruggetje met de vorige alinea). Met het risico alsnog door mijn lerares Latijn verketterd te worden, moet dat zoiets betekenen als ‘Op de top wacht de beloning’. Maar hoezeer ik die avond ook mijn best deed, nergens vond ik die spreuk nog terug.

En misschien is dat niet slecht. De samenleving verandert en een school moet mee. Het elitaire spook dat jarenlang doorheen de gangen waarde, heeft blijkbaar plaats gemaakt voor een warm nest waar ook jongeren die het moeilijk hebben, hun plek vinden. Of dat werkelijk ook zo is, heb ik die ene avond natuurlijk niet kunnen ervaren; daarvoor ging het er iets te jolig aan toe. Maar wie ben ik om Lise Opsomer tegen te spreken, wanneer zij zo passioneel die visie weet over te brengen?

Mijn nostalgische ziel genoot ervan om even te dwalen door de oude gangen en een stroom aan herinneringen te laten bovendrijven: flarden uit een mondeling examen Frans bij meester Gevaert, de ontreddering in de ogen van de leraar TO toen zijn goudvis een tragische dood stierf na het eten van te veel gommetjes, en – niet te vergeten – die wulpse blik van een meisje uit de klas onder ons (ja, daar was ik toen al lang blij mee. Zes jaar lang gespeend blijven van vrouwelijke klasgenoten, dat doet wat met een mens).

“Wat is kunst, wat is kunst?”, zong Stijn Meuris in 1993, toevallig het jaar dat ik mijn eerste stappen zette op SJB. Het nummer kwam spontaan in me op toen ik tijdens de rondleiding op de speelplaats het indrukwekkende nieuwe gebouw gadesloeg. Jammer van de bomen die ervoor moesten sneuvelen (moest dat nu echt? waar moeten de leerlingen nu heimelijk een tong draaien?), maar de keuze voor een ontwerp dat doet denken aan de boeken in een boekenrek, maakt veel goed. Al zie ik het eerder als een metafoor voor de vele hordes waar een leerling over moet – slecht karakter, ik weet het. Maar het moet gezegd: wat een stijlbreuk met die duffe sfeer van weleer!

Maar kunst? Neen, dan zat Meuris er toch dichter bij, dacht ik mijmerend toen ik terug huiswaarts toog en hem hoorde zingen: “Wat is kunst? wat is kunst? die blik in haar ogen dat is kunst.”

Kenneth Gijsel, 6GL 1999


Mon kmacc ot 1969

Of zoiets. Want tijdens de les van ons “oud”-klastitularis Walter Demeyere schudde hij Russisch uit zijn mouw, met op de koop toe een Russisch liedje om de les te beëindigen. Il faut le faire (sorry geen Russisch).

Met 21 studeerden we af tijdens de magische zomer van 1969. Vijf van onze vrienden zijn reeds overleden: het deed ons toch even stilstaan hoe het leven kan draaien en keren. Negen ‘oldtimers’ met partner waren van de partij (twee waren verontschuldigd), toch een mooi aantal.

Na de interessante rondleiding en de les werden traditioneel tijdens de receptie en het etentje herinneringen opgehaald. De “straffe stoten” namen toe naarmate de avond vorderde en even klassiek was de afspraak dat we toch geen 10 jaren meer moeten wachten om nog eens samen te komen.

Wim Reynebeau, Wet.B 1969


20 jaar! 20 jaar afgestudeerd om precies te zijn.

‘Nihil novi sub sole’ zou men kunnen denken, maar dat zou toch de waarheid geweld aandoen. Nu ja, laten we dat nuanceren en verduidelijken: mijn ex-klasgenoten hebben allen de tand des tijds goed doorstaan, maar het is voor deze jubilaris die in het gezegende jaar 1999 afstudeerde – een jaar waar nog enkel jongens (of waren het al mannen?) in de klas zaten en een jaar voor de fusie met de Visitatie waardoor het Sint-Jan Berchmanscollege vervelde tot het huidige Sint-Janscollege – vooral duidelijk dat er toch heel wat veranderingen zichtbaar waren op de gronden van de school zelf, concludeerde ik na de geanimeerde rondleiding. Volkomen ten goede, voeg ik er met plezier aan toe.

Na de rondleiding, de “les”. Deze “alte Knacker” mocht zijn beste Duits bovenhalen bij de onvolprezen Frau Roete. Bijzonder verhelderend en amusant.

De daaropvolgende receptie, diner en babbel tussen pot en pint met ex-leerkrachten en leerlingen zorgde voor een gelukzalig gevoel. Een meer dan geslaagde avond dus. Dank je SJC en OLB voor de uitnodiging.

Denis Van de Woestyne, 6 GL 1999